De volgende tekst is een samenvatting van enkele bespiegelingen over het werk van Lique Schoot, geschreven door kunsthistoricus Flos Wildschut, 2003.
Al sinds haar afstuderen aan de Hogeschool voor de Kunsten te Arnhem, schildert Lique zelfportretten. Haar werk is echter niet zonder meer te plaatsen in de traditie van het zelfportret. Narcisme en zelfonderzoek lijken niet haar eerste behoefte.
Bij Lique geen spiegels, geen verwijzingen naar stichtelijkheden of attributen die voor ons toeschouwers aanknopingspunten zouden kunnen zijn het wezen van Lique Schoot te kunnen doorgronden. Hoewel Lique haar hoofd in steeds weer andere poses schildert: van onderen af met op de achtergrond een zelfportret, rustend op de leuning van een bank, op ons neerkijkend, met omfloerste blik verscholen achter een tak met rozen, blijven wij ons afvragen: Wie is deze vrouw?
De portretten van Lique brengen op een indringende manier de nieuwsgierigheid naar boven. Op het eerste gezicht lijken ze onze honger naar intimiteiten te stillen. De portretten lijken het dagelijkse leven van Schoot te weerspiegelen. Ze zijn te vergelijken met snapshots, foto’s op een nonchalante manier genomen op elk willekeurig moment van de dag, zonder op scherpte of compositie te letten. Lique maakt zelf ook snapshots, waarvan slechts een deel geschikt is als basis voor haar schilderijen.
Hoewel de snapshotachtige vorm het ware leven suggereert, schotelt Lique ons een heel andere wereld voor. Haar doeken stralen een mysterieuze onwerkelijke sfeer uit. Wij zien weliswaar steeds hetzelfde model, maar in wisselende gedaantes: als dromerige adolescent, als zelfbewuste vrouw, als femme fatale. Zijn dit eigenlijk nog wel zelfportretten te noemen?
Net als de fotografe Cindy Sherman zet Lique Schoot haar eigen lichaam in als model voor een veel algemenere voorstelling. Met name in het vroege werk van Sherman zie ik parallellen, waarin zij de filmstill als vorm voor haar steeds weer nieuwe vermommingen kiest. Sherman is hierin actrice en regisseur tegelijkertijd. De foto’s, vaak ietwat onscherp, suggereren de beweging van het medium film.
In haar meest recente werk onderzoekt Lique ook het thema beweging. Hoe leg je op één enkel doek, in één enkel beeld beweging vast? Maar beweging komt ook op een minder letterlijke manier in haar werk tot uiting. Want hoewel elk schilderij in principe op zichzelf staat, lijken ze een verhaal te willen vertellen. Elk beeld maakt je nieuwsgierig naar het vervolg. Maar is dat vervolg er eigenlijk wel? Het verhaal blijft fragmentarisch en daardoor een mysterie.Het gaat om fragmenten van een leven dat in nevelen blijft gehuld. De schilderijen roepen vooral sferen op, waarin mystiek en melancholie de boventoon voeren.
Haar werk kan in de schilderkunstige traditie geplaatst worden, wat niets te maken heeft met de techniek waarvoor zij zo overduidelijk kiest. Vooral qua beeldtaal, niet zozeer qua inhoud, roepen de doeken onmiddellijk associaties met de prerafaelieten uit het midden van de 19e eeuw op. Nou schotelt Lique ons geen moralistische taferelen voor, zoals veel prerafaelieten dat deden, maar de houdingen en vooral het type vrouw (Lique zelf dus) doen mij denken aan de modellen, de muzes van Dante Gabriel Rosetti, John Everet Millais en Edward Burne-Jones: Tere bleke gezichten, omspoeld door lang rossig haar met een intens melancholische blik. Een mooie triestheid, die in veel gevallen refereert aan hogere, meditatieve sferen, het slapen en zelfs de dood.
Lique Schoot wil niet terug naar de Middeleeuwen en de vroege Renaissance, zoals Rosetti en consorten, daarvoor staat zij teveel met beide benen in de huidige maatschappij. Maar haar schilderijen vormen wel een rustig, bijna meditatief eiland waar de hectische en vaak boze buitenwereld niet kan doordringen. Een eiland dat niet van deze tijd is. Waar tijd niet bestaat. En in de huidige enerverende maatschappij kan dat een verademing zijn.